On the Road Again
26 februari 2025 - Bloemfontein, Zuid-Afrika
“Is alles ingeladen?” Ze kijkt me vragend aan en ik knik bevestigend. De twee weken in de prachtige kapitale villa in het gamepark in PE zijn voorbij gevlogen. Natuurlijk, we hebben allebei gewerkt, sterker, we maakten langere dagen dan normaal, maar in zo’n schitterende omgeving dat het toch leek alsof we met vakantie waren.
Ashia had de mooiste plek uitgekozen, aan de eettafel met uitzicht op het park. En als ik dan in de werkkamer aan de achterkant van het huis aan het werk was appte ze weer met een jaloersmakend bericht. “Er staan een paar zebra’s naar me te staren” en “de leeuwen zijn hun rondje aan het lopen en ik hoor ze brullen”. Soms kon ik de verleiding niet weerstaan en liep ik naar beneden om een kijkje te nemen. Dan voelden we ons als in een dierentuin.
En als de laptops eenmaal dichtgeklapt waren hoefden we ons geen moment te bedenken. Auto in en een rondje maken door het park. Als bewoner van het park mogen wij altijd op alle momenten het park in zonder te betalen. En de entree fee is niet lullig hoor. Ik lees dat je per persoon 1.600 ZAR kwijt bent, omgerekend zo’n 80,- euro. Daar mag je dan wel de hele dag voor in het park blijven. Maar wij kunnen vanuit het huis via een sling slang weggetje legaal het park inrijden. En in de twee weken dat we er waren hebben we veel verschillende beesten gezien, zowel in het park als in onze voor- en achtertuin: zebra’s, neushoorns, struisvogels, steenbokken, springbokken, pumba’s, buffalo’s, leeuwen, een cheetah (die laatste twee niet in de tuin hoor, maar in een afgesloten deel van het park). En telkens is het weer een hele belevenis. We werden ’s-Nachts regelmatig wakker van het gebrul van de leeuwen of het gesnurk van de neushoorns die zich neer hebben gevleid direct onder ons wijd openstaande raam. Of de kudde buffalo’s (zeker een stuk of 25) die op een nacht ineens in de achtertuin stonden en probeerden binnen te komen. Op dat moment ben je toch blij dat de eigenaren voor stevige ramen hebben gekozen.
En dan het huis zelf, oeijoeijoei. Het is niet zozeer de grootte waar ik het meest van onder de indruk was, maar vooral de transparantie en het licht. Alles is van glas. De gehele achterpui van glas, alle deuren van glas, de balkonmuren van glas, de trapbeveiliging van glas. Prachtig! Ik heb elke avond met plezier staan douchen vanwege het rechtstreekse uitzicht vanuit de douche op het park. Hoe vaak krijg je nou de kans om te douchen terwijl een neushoorn naar je privat parts staat te kijken?
Maar aan alles komt een eind. En eigenlijk moeten we helemaal niet klagen, want het einde van onze tijd in Port Elizabeth betekent tegelijk het begin van een echte vakantie, dat wil zeggen: twee weken geen werk en met de auto een rondrit maken door een voor ons beide totaal onbekend land, op weg naar Lesotho. Ik vraag me af hoeveel toeristen jaarlijkse de gang naar dit land maken, een land dat geheel wordt omgeven door Zuid Afrika?
Deze vakantie wordt oprecht een avontuur, want iedereen die we spreken zegt dat we goed op moeten passen, dat de wegen niet altijd van een even goede kwaliteit zijn en dat het vooral heel erg stil is overal. “Je zult niet veel mensen tegenkomen tijdens je trip” krijg ik te horen bij het benzinestation voordat we PE uitrijden. Ach, we gaan het zien. De zelfde soort waarschuwingen kregen we ook toen we in Azie gingen fietsen en wat bleek, niets maar dan ook niets gebeurd, een half jaar lang niet. Nou weet ik wel, Azie is geen Afrika, maar toch.
We verlaten PE en rijden langs de kust in de richting van Alexandria. Het is een prachtig glooiend landschap, laaggebergte, fynbos, afgelegen boerderijen. De weergoden hadden ons van te voren gewaarschuwd: ga niet rijden op zaterdag, want we moeten heel nodig pissen en we zijn van plan om dat allemaal op jullie hoofden uit te storten, maar we nemen ze met een korreltje zout en besluiten toch gewoon op weg te gaan. En wat blijkt: ze hebben ons gewoon voor de gek gehouden, want we zien de hele dag nog een druppeltje.
We zijn dus op weg naar Alexandria en maar voor één doel: de sculpture garden van Maureen Quin, yes, de kunstenaar Oma van verleden week. Ze woont daar tussen al haar beelden in een prachtige, maar niet erg goed onderhouden tuin waar ze quasi nonchalant meer dan 100 beeldhouwwerken heeft neer geplant. Ik geniet van haar werken en van haar, want het is een hele toegankelijke vrouw met enorm leuke verhalen.
Na dit culturele tussenstopje gaan we op advies van Maureen, op weg naar Bathurst, een miniscuul klein Trekkersdorp. Sommige huizen ademen inderdaad nog de sfeer uit van die good old days toen de eerste boeren er aankwamen met hun huifkar vol met de nodige hebbedingetjes om het boerenleven zo aangenaam mogelijk te maken. Ik heb een boek op mijn e-reader gezet waar ik af en toe ff in grasduin om de herinnering aan die lang vervlogen tijden weer op te halen. Als ik dit zo schrijf lijkt het net of ik er persoonlijk bij ben geweest, zo’n tweehonderd jaar geleden, maar dat is uiteraard wat overdreven. Maar hier rondrijden en er dan tegelijk over lezen zorgt wel voor een ik-was-er-bijna-bij ervaring.
Na Bathurst is onze volgende stop Port Alfred. Dat stelt verder niet veel voor, maar we stoppen wel voor een heerlijke lunch om zo voldaan mogelijk naar onze dageindbestemming te rijden, Grahamstown of, in Afrikaans, Makanda. Alle leuke bezienswaardigheden hier blijken in het weekend gesloten en tot overmaat van ramp wordt onze B&B reservering niet geaccepteerd. Ashia voelt zich niet op haar gemak in het centrum (misschien heeft ze toch teveel naar de enge verhalen geluisterd?), dus we besluiten een stukje terug te rijden omdat ik daar een bord heb gezien met iets van Lodge erop. En warempel, als we aanbellen blijkt het Lodge nog precies één cottage niet verhuurd te hebben. “Die is voor ons” zeg ik tegen de Lodge mevrouw. Nog steeds ga ik er uit een soort van automatisme van uit dat ze me hier niet verstaan, maar dat is natuurlijk niet het geval. Afrikaners verstaan de Nederlandse taal redelijk goed. Het hek gaat daarom open en we rijden een prachtig terrein op met heerlijke vegetatie, cactussen zo groot als bomen en verder veel tropische gewassen. De enige nog beschikbare cottage ziet er prima uit, verscholen achter hoog gewas en bomen. Eenmaal gezeten op de veranda met uitkijk op de plaatselijke bergtop besluiten we vandaag verder nergens meer naar toe te gaan. Morgen weer een dag.
“Bied me een goede prijs en het is van jou” zegt Bruce. We staan voor één van zijn schilderijen die in zijn restaurant hangen, meegenomen van Cape Town naar dit uiterst leuke bergdorpje, Hogsack. We komen net terug van een korte wandeling (de ‘trail’ heet niet voor niets 39 steps to the Waterfall).39 Steps is een beetje overdreven, want vanaf welk moment we ook beginnen met tellen, we komen never nooit tot 39 passen, maar dat mag de pret verder niet drukken. De waterval daarentegen, het uiteindelijke doel van de wandeling, is zeker niet overdreven. Het water klettert van een stevige hoogte neer op de rotsen die de bodem vormen van een lage beek, vanwaar het verder zijn weg zoekt door het zompige land om even later bij een smal riviertje weer bij elkaar te komen.
“Nee, ik weet het beter gemaakt” antwoord ik gevat. “Geef me een prijs en ik zeg wel of ik dat wat vind of niet”. Na verloop van twee biertjes zegt hij dat hij geen emotionele binding heeft met het schilderij (de schilderes blijkt een ex-vriendin van hem te zijn) en dat hij het van de hand wil doen voor 8.000 ZAR. Dat is maar liefst 400 euro. Dat vind ik veel te veel (Ashia fluistert ook al dat het zeker niet meer waard is dan 2.000, dus ik zeg dat ik er over na zal denken, dat is een vriendelijke manier om ‘no thanks’ te zeggen.
Bruce gaat vanavond een feestje bouwen (met braai en al) met de vriendinnen van zijn twee medewerkster, maar wij moeten op weg, want we hebben een heuse Indiaanse tipi geboekt. De eigenaren zijn er niet want zij heeft helaas een miskraam gekregen en ze moesten als de sodemieter naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, maar liefst 250 km verderop. Tsja, we zitten hier nu eenmaal in echt remote area. De helft van de tijd hebben we ook geen internet verbinding wat bij Ashia direct een soort paniek gevoel geeft. En niet alleen de eigenaren zijn er niet, er is verder helemaal niemand op de hele premises. Dus als we voor het hek staan verwijderen we heel professioneel het hangslot en rijden we een doodstil terrein op. We zitten hoog in de bergen en het kan er heel snel mistig worden. Dat blijkt ook wel, want de mist valt als een soort deken over de vier grote tipi’s die verdeeld over het terrein staan. We horen alleen nog de geluiden van het bos en ook nog eens van beesten die ik nog nooit heb horen fluiten. We zijn gelukkig net op tijd binnen want het wordt donker en tot overmaat van ramp start ook de loadshedding, waarbij de elektriciteit in hele gebieden volledig wordt afgesloten. Je merkt het in restaurants omdat de generator dan heel hard staat te blazen en in ons geval wordt het werkelijk pikkedonker. Maar we zijn op tijd binnen en de eigenaar heeft gezegd dat het zeker de moeite waard is om het vuur in de tipi aan te steken, wat we dan ook doen. Het geeft een ongelooflijk leuke sfeer en we voelen ons net Hiawatha of Pocahontas en ik dan Winnetou of zoiets. Echt heel bijzonder.
Het nadeel van waar we hier zitten is dat we van iedereen te horen krijgen dat de wegen die vanaf hier naar Lesotho leiden echt heel lastig te berijden zijn, zeker als we vertellen dat we geen 4x4 jeep hebben. En we merken het zelf ook, want op het moment dat we Hogsack binnen rijden is het gravel met grote gaten in de weg. “En ga er maar van uit dat het verderop niet beter gaat worden” zegt de plaatselijke woordcarfer die we eerder die middag spreken. Dus we besluiten om Lesotho uit ons hoofd te zetten en ons te richten op Bloemfontein en vandaar de meest noorderlijke route te nemen op weg naar Cape Town.
Wanneer we de volgende ochtend weer vroeg op weg zijn blijkt de weg naar Queenstown (onze volgende bestemming) een stuk gevaarlijker dan we gedacht hadden. Niet vanwege criminele figuren die proberen de auto te highjacken, maar door de grote gaten in de weg, de hoge drempels die zonder waarschuwing overal en nergens zijn neergelegd en bovenal de apen, koeien, ezels, honden, geiten en kippen die plotseling de weg op komen lopen. En dan rijden we dus niet op een achteraf weggetje, maar een soort snelweg die volkomen veilig zou moeten zijn. Ik kan een paar keer maar net op tijd remmen en daarna besluit ik dat 80 km pu hard zat is. Uiteindelijk hebben we geen haast.
We rijden door stadjes en dorpjes en alles is steeds maar weer typisch Afrikaans. Wat ik daarmee bedoel? Vooral het feit dat je overal het gevoel krijgt dat het zo’n 150 jaar geleden erg mooi moet zijn geweest in dit Achterland, maar dat het er na het vertrek van de Dutchies en daarna de Engelsen bepaald niet beter op is geworden. Meestal is het centrum ingenomen door de lokalo’s die absoluut niet de minste moeite hebben gedaan om alles een beetje bij te houden en/of op te knappen. In de buitenwijken wonen dan vaak de blanken in mooie huizen met hoge hekken er om heen. Niks integratie in Zuid Afrika, hoezeer ze dat hier officieel ook nastreven. Er is nog volop sprake van praktische segegratie, hoewel je dat woord natuurlijk niet in de mond mag nemen. In Cape Town zie je gemengde stellen, maar hier in het noord oosten van het land is het vooral heel zwart en de blanken die er wonen ontmoeten elkaar in hun eigen hubje of clubje. Iets wat jarenlang een verwerpelijke praktijk was in Zuid Afrika is niet in een paar jaar teniet gedaan. Het land staat nog voor de nodige uitdagingen, dat is me inmiddels wel duidelijk geworden.
Bloemfontein, februari 2025
Afrika is een bijzonder land. We komen op plaatsen waar zich niet veel toeristen wagen. Niet omdat ze dat niet zouden durven, maar simpelweg omdat we niet de mainstream toeristen uithangen. Neem nu zo’n dag als gisteren. We (of misschien moet ik wel beter zeggen: ik) heb in mijn hoofd dat ik graag Lesotho wil bezoeken, maar het blijkt verrot lastig, tenminste, als je zoals wij, vanaf de kust naar het Noorden rijden (naar boven dus op de kaart gezien). Je moet dan echt helemaal om het land heen rijden en de wegen worden dan abomidabel. Toch blijven we het proberen en dus blijven we dichtbij de grens van Lesotho. We komen aan het eind van de dag uit in Queenstown (Komani op z’n Afrikaans) en dat blijkt een kut plaats te zijn. Allereerst is het centrum van de stad ingenomen door onze gewaardeerde zwarte medemens die geen moer geven om uiterlijk vertoon (althans, niet als het om de staat van de gebouwen gaat), het is een grote pestbende. Zoals altijd hebben we de auto op slot en uit voorzorg sluit ik ook de ramen die nog zo heerlijk openstonden toen we onderweg waren zodat de zon en de wind hun werk kunnen doen op mijn toch al diep bruinverbrande huid. Goed insmeren blijft overigens altijd het advies, dus dat is in ons geval niet tegen dovemans oren gezegd. We rijden naar de buitenwijken waar het in vele stadjes beter vertoeven is en checken in. Daarna proberen we bij het enige fatsoenlijk ogende hotel in de stad buiten op het terras een wijntje te drinken, maar we krijgen te horen dat er uberhaupt geen drank geschonken wordt, niet binnen noch buiten het hotel. We worden verwezen naar het casino aan de overzijde, maar als we daar binnen komen blijkt er uiteraard geen ‘buiten’ te zijn, het is immers een casino. En zelfs aan de bar lukt het niet om een glas wijn te scoren, want het gaat alleen per fles. Fuck you man!
De volgende ochtend hebben we overigens een ontzettend leuke ontmoeting met Stephen en Karen. Hij is schilder en rotstekenaar (niet zonder een gevoel van trots weet hij ons te vertellen dat hij in maart in een CNN documentaire te bewonderen is over kunst en rotstekeningen in Zuid Afrika, zeker gaan kijken dus!). Hij heeft ontzettend leuke kunst aan de muur hangen en hier, bij Stephen en Karen Townley maak ik de beginnersfout van de eeuw. Ik ben erg geïnteresseerd in een werk met een grote neushoorn erop, vooral vanwege de sentimentele waarde die ik eraan hecht na twee weken in het Kragga Kamma park in Port Elizabeth. Eerder heeft hij 800 ZAR gevraagd voor een ander werkje, dus als ik vraag hoeveel hij voor de neushoorn rekent en ik 600 hoor, neem ik automatisch aan dat hij het over ZAR heeft, maar als we eenmaal, na, nogmaals gezegd, een ontzettend leuk en geanimeerd gesprek af gaan rekenen en hij het schilderij keurig uit de lijst heeft gehaald en in heeft gepakt, af gaan rekenen, blijkt hij het over 600 euro te hebben. Nou ben ik ook de lulligste niet en vind ik het ontzettend dom om in de stadium af te haken, dus heel manmoedig leg ik mijn bankkaart op de machine en laat mijn zuurverdiende geld van de ene naar de andere bankrekening overhevelen. Ik loop toch enigszins beteuterd terug naar de auto, in het bezit van een mooi schilderij, dat wel, maar ook een hele dure. Laat dat een goede leer les zijn Mars! Dat zal me niet snel nog een keer gebeuren. Iedereen die dit leest en toch wel erg veel medelijden met me heeft, schroom niet om een kleine bijdrage te leveren om het immense financiële leed dat ik mezelf heb aangedaan enigszins te verzachten. Mijn bankrekeningnummer is uiteraard op verzoek opvraagbaar 😊.
Maar ondanks al deze tegenslagen gaat onze reis gewoon door en rijden we over stront verlaten wegen door de meest prachtige landschappen. De zon laat zich steeds maar weer van zijn beste kant zien en de muziek laat weten dat de jaren 60 toch echt tot de beste van de afgelopen eeuw mag worden gerekend. We zijn op weg naar Lady Grey. Niet een mooie dame die naakt gezeten op een paard door het dorp rijdt en alleen gezien wordt door Tom, Peeping Tom (dan verwar ik onze Lady met de beroemde Lady Godiva), maar een Afrikaans dorp aan de rand van Lesotho. We komen er uiteindelijk door 60 km lang een gravelpad te volgen. We komen al die tijd werkelijk niemand tegen. Soms gaat het door mijn hoofd wat we in godsnaam zouden moeten doen als we auto pech zouden krijgen. Een band kan ik nog wel vervangen, maar veel meer over een auto moet je me ook niet vragen. Maar gelukkig houdt de auto zich prima en komen we ’s-Middags aan bij onze gastheer, Jan Miller. Jan blijkt een pensionado die zijn leven lang in Saudi Arabië en omstreken heeft gewerkt. Nee, dat is niet waar, niet zijn leven lang, want hij heeft ook nog 15 jaar in Lesotho gewerkt. “We build a palace for the son of Gaddafi once” begint hij in die prachtige Afrikaanse tongval. “ We worked on it for 4 years and when we were just busy with the finishing touch we where ordered to his palace. There he said that he gave his son half an hour to pack his stuff and get out of the palace cos we where supposed to break down the thing to the ground after that half hour”. Wat bleek, gaat Jan door, Gaddafi senior had ruzie gekregen met junior over een of ander akkefietje en was zo boos dat hij het paleis waar ze vier jaar aan hadden gewerkt, met de grond gelijk had laten maken. Later bleken ze weer on speaking terms te zijn, maar ja, toen lag het paleis natuurlijk al tegen de vlakte.
Na nog een aantal van dit soort heerlijke verhalen te hebben aangehoord gaat Jan aan de slag met de hot tub die buiten staat. Het blijkt een door houtvuur verwarmd buitentub te zijn. De kachel wordt tot de nok gevuld en na een dik uur kunnen we er in. Dat is niet tegen dovemans oren gezegd. Ondertussen is het hevig gaan waaien en regenen, maar ons kan niets meer gebeuren. Uitkijkend op een aantal majestueuze bergkammen met een glas wijn in de hand deert een donderbuitje meer of minder niet. Laat de weergoden hun werk maar doen, wij mensen weten altijd wel weer hoe we ons er door heen moeten slaan 😊.
Het is maar goed dat Ashia een oplettende scholier was vroeger, want wat ze tijdens de geschiedenislessen toen heeft geleerd zien we nu allemaal weer terug in het Oorlogsmuseum in Bloemfontein. We hebben dus inmiddels de 275 km overbrugd die liggen tussen Lady Grey en het juridische centrum van Zuid Afrika. Het museum vertelt vooral over de oorlog die is uitgevochten tussen de Boeren van Transvaal en Oranje Vrijstaat en de Engelsen rond de eeuw wisseling, dus van de 19de naar de 20ste eeuw. We lezen over Christiaan de Wet, de beroemde Transvaalse generaal (waar overigens ook nog een standbeeld van staat in het Park de Hoge Veluwe), over Paul Kruger, de President van Oranje Vrijstaat en over al die andere belangrijke mannen die deze Oorlog hebben gekleurd. De hele onderhandelingszaal is in het museum nagebootst, inclusief de originele tafel en stoelen waar de heren aan hebben geschoven. En er is ook een hele zaal gewijd aan Emily Hobhouse, de Engelse vrouw die de Engelse generaals confronteerde met de resultaten van hun tactiek om interneringskampen op te zetten waar Boeren vrouwen en kinderen werden opgesloten om zo de Boeren te ontmoedigen om verder te vechten. Maar liefst dik 27.000 vrouwen en (vooral) kinderen zijn in die kampen op een ellendige manier om het leven gekomen. Overigens blijkt er ook aandacht te zijn voor de meer dan 30.000 zwarte vrouwen en (wederom vooral kinderen) die ook in een soort kampen werden opgesloten maar in nog veel erbarmelijkere omstandigheden. “Oorlog wordt veelal uitgevochten door mannen, maar het zijn vooral de vrouwen en kinderen die het meest te lijden hebben” sprak Emily wijze woorden.
Eenmaal weer buiten praten we samen door over alles wat we vandaag hebben gezien en dan blijkt dat het Ashia geen moer interesseert wat er met al die mannen en hun oorlog is gebeurd. Zij was vooral geïnteresseerd in Emily. En achteraf denk ik dan, natuurlijk is dat zo, want zij beziet de geschiedenis niet vanuit een blank Nederlands standpunt (de mijne dus) maar vanuit een gekleurd Zuid Afrikaans standpunt. Uiteraard kan het haar geen moer schelen dat die Boeren een oorlog uitvochten met de Engelsen. “Ze deden het verdomme alleen op ons grondgebied! Wat hadden ze daar te zoeken. Laat die kolonisten lekker in hun eigen land een gevechtje gaan voeren en laat ons vooral met rust”. Ik doe in dit geval niets anders dan knikken en (be)amen!
3 Reacties
-
Ashia:26 februari 2025Je hebt gelijk Mars!!! Maar nochthans Mars een heel interessante dag wat eindig in een heel mooie tuin, met een liewe man en lekker eten.
-
Ton Wijers:1 maart 2025mooie belevenissen Mars en mooie foto's. En geniet van je vakantie
-
Llise:3 maart 2025Dankie vir nog 'n pragtige en interessante reisverhaal! Enjoy your well deserved vacation!

